Biografie

 

Merwedestraat 5, Haarlem

Ik ben in 1942 geboren in Haarlem, Merwedestraat 5. Mijn ouders werkten als ziekenverzorgers in de psychiatrische kliniek Vogelenzang te Bennebroek. Ze kregen vier zonen. Sinds 1957 woon ik in Apeldoorn. Inmiddels ben ik de pater familias. Uit een eerste huwelijk heb ik twee zonen, een tweede huwelijk bracht twee dochters voort. Een dieptepunt was het overlijden in 2001 van mijn 10-maanden jonge kleinzoon Roy, na een reeks medische missers; zie mijn boek Oordeel.

Zie voor mijn roman Een kussen van satijn en de verhalenbundel Zonnebloem de betreffende pagina’s. Inmiddels werk ik aan een gedichtenbundel.

 

 

Fietsen langs de zee

Het grootste deel van mijn arbeidzame leven was ik hoofdanalist, klinische chemie. Mijn laatste functie was projectmanager. Op latere leeftijd behaalde ik het doctoraal arbeids- en organisatiepsychologie. Naast lezen en schrijven, houd ik van fietsen. De boerenfox Vasja (2002) gaat, hoewel minder lang dan voorheen,  nog steeds graag mee. Ik ben een dierenvriend.

De laatste romans die me sterk boeiden waren: Vaak ben ik gelukkig (Jens Christiaan Grøndahl) en Zielsverwanten (Laura Wilson). Ook indruk maakten eerder Nietzsche (A. Vloemans), De ontdekking van de aarde (Peter Westbroek) en Brieven uit Apeldoorn (Ecco Staller). Eveneens verraste me De Nederlandse Poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten, van Ilja Leonard Pfeijffer. Een aanrader vind ik tevens: De microben in ons, van Ed Yong.

 

 

Als ‘eeuwige student’ volgde ik diverse schrijfcursussen. Daar leerde ik wat literatuur inhoudt:

1. De taal is van op zichzelf staande waarde (in onberispelijk Nederlands).

2. De tekst vertelt meer dan wat er feitelijk staat.

3. De lezer heeft affectie met de tekst, deze raakt hem en verrijkt zijn gevoelswereld.

4. De tekst heeft een persoonlijke toon, sfeer, stemming.