Zonnebloem

 

Zonnebloem bestaat uit zevenentwintig korte verhalen. Ze zijn een scherpe selectie uit het werk van de schrijver en variëren van lengte en inhoud.

Zonnebloem was het winnende verhaal van Schrijven in de Zomer. De jury: de schrijver weet emoties suggestief voor het voetlicht te brengen.

 

In elk verhaal trakteert de schrijver de lezer op personages in ontroerende dan wel spannende situaties. De grondgedachte in alle verhalen is het verlangen naar liefde tot elkaar.

Meerdere verhalen kennen aan het eind een onverwachte wending; ze ademen de sfeer van Roald Dahl.

Naar verwachting zal de verhalenbundel in het voorjaar van 2018 verschijnen en bestaan uit zevenentwintig verhalen. Omvang: omstreeks 200 pagina’s.

Roy Raûl

 

 

Het  boek is opgedragen aan mijn kleinzoon Roy.  Roy R. is een verhaal waarin de grootvader symbolisch wraak neemt na het overlijden van zijn 10-maanden jonge kleinzoon. Zijn vergelding betreft de drie verantwoordelijke kinderartsen, twee tuchtrechters en een Officier van Justitie. Neem hij ook wraak op de voortdurende loerende achterbuurvrouw? Als basis diende het verhaal Modder, uit Dichtersvers twee, Werkgroep Literatuur Apeldoorn, 1983, 6-7. De gebeurtenissen rondom Roy zijn uit Het verlies van mijn kind, Akkie Vastenhout, Hoogland & Van Klaveren. Hoorn, 2005.

 

Enkele andere verhalen
Boela, uit Verlatingsangst

Vurenhout:                 Een oudere timmerman klust voor zijn vakantieplekje, aan de Rijn.

Zuurstof:                    Een hardloper vraagt zich af hoe zijn doodzieke zwager aan zuurstof komt.

Beer:                           Dochter kijkt voor de patrijspoort van de wasmachine uit naar haar knuffel.

Hebzucht:                  Een man is ontevreden over het postuur van zijn vrouw.

Verlatingsangst:        Een hond voelt zich ’s nachts eenzaam in de keuken van een vakantiehuisje.

Doodsteker:               Man neemt wraak op zijn overspelige vriendin. Verrassend goed geschreven – de jury van  CODA & de Stentor, 2006.

 

Het begin van Doodsteker (dagblad de Stentor, 2006)

Als een naaktslak schuift haar vinger over mijn onderbuik. Denkt ze aan de laatste aflevering van Sex in the city? Met een uiterste inspanning houd ik me doodstil. Hoe laat zou het zijn? Ik open mijn ogen half. De wekker geeft kwart over twee aan. De slaapkamer ruikt naar rozen, sterker dan tegen middernacht. Waarom wilde ze niet met me vrijen en trok ze het laken tot over haar oren? Had ze werkelijk hoofdpijn? Alsof ik moeder hoorde.

Bij het diner hadden we lange tijd zwijgend tegenover elkaar gezeten. Ze was moe, zei ze ten slotte, van alle indrukken. Ook later op de avond kon ik haar niet vlot trekken. Zijn we na amper vijf jaar een te lang getrouwd paar? Is bij haar de grote verveling binnengeslopen? Natuurlijk niet, ze wil het nu goedmaken, mijn lieverd. Straks schuifelen we een tijdje naakt door de slaapkamer, om opgewonden in bed te belanden. Dance me to the end of love, dat zal ik dadelijk in haar oor neuriën, meeslepend als Leonard Cohen.